Banken zijn geen bedrijven

Banken worden gezien als normale bedrijven die winst moeten maken. Het is modern om alles maar een bedrijf te noemen. Vanuit een bepaalde hoek klopt dat natuurlijk wel, terwijl het tegelijkertijd eigenlijk grote onzin is. Wanneer we bijvoorbeeld de belastingdienst een bedrijf noemen, dan klopt dat wel omdat ook de belastingdienst in zekere zin bedrijfsmatig georganiseerd moet worden. Wanneer we echter de belastingopbrengst winst zouden noemen voor de belastingdienst, dan staan we grote onzin te verkopen.

Hetzelfde kun je over banken zeggen. Ook die moeten bedrijfsmatig georganiseerd worden. Daar heb ik geen moeite mee. Wanneer je echter de winsten en/of verliezen die uit het bancaire-werk voortkomen bedrijfswinst of bedrijfsverlies noemt, dan ben je grote onzin aan het verkopen. In die zin maakt een bank geen deel uit van het economisch leven, maar van het rechtsleven, net als de politiek, maar ook net als bijvoorbeeld het verzekeringswezen of de rechtspraak.

Ik kan me voorstellen dat deze stelling niet meteen helemaal duidelijk is. Daarvoor moet je je denken over de maatschappij een beetje omvormen. We kunnen in het maatschappelijk leven verschillende levensgebieden van elkaar onderscheiden.

1 het economisch leven. Daar heerst bedrijvigheid en worden winsten gemaakt.
2 het rechtsleven. Daar is men dienstbaar aan de maatschappij, zoals bijvoorbeeld de rechtelijke macht, de politiek, de belastingdienst, maar ook de banken horen hier thuis.
3 het culturele leven. Daar gaat het om ontwikkeling en onderzoek. Daar wordt (schenk)geld ingezet om als mens en als maatschappij verder te komen. Daar horen scholen, onderzoekinstellingen, ziekenhuizen enz. thuis.

Door deze onderverdeling wordt het mogelijk om na te gaan welke verschillen en welke overeenkomsten er bestaan tussen organisaties die deel uitmaken van de verschillende gebieden. Bijvoorbeeld scholen en musea in het culturele leven. Daar gaat het dan om het zichtbaar en overdraagbaar maken van bepaalde verhalen en idee├źn. Dan zijn bijvoorbeeld toegankelijkheid en vrijheid van meningsuiting belangrijk.

In het economisch leven gaat het meer om winstgevendheid en om duurzaamheid. In het rechtsleven gaat het echter meer om dienstbaarheid. Dat wil zeggen dat de kosten en de diensten die geleverd worden in een redelijke verhouding moeten staan tot elkaar. Bancaire diensten hoeven niet alleen geld te kosten, maar ze kunnen ook geld opbrengen. Wanneer echter bancaire diensten om de winst worden geleverd, raakt de bank zijn oorspronkelijke functie kwijt. Datzelfde fenomeen kunnen we terugvinden bij bijvoorbeeld de rechtelijke macht of bij notarissen.

Banken en verzekeringsmaatschappijen hebben een maatschappelijk dienende functie en moeten daarom anders geleid worden en anders bekeken worden dan een fietsfabriek of een handelsketen. De beslissingen die binnen banken worden genomen hebben grote politieke en maatschappelijke gevolgen. Het gaat niet alleen om de vraag of een lening weer wordt afgelost, maar bijvoorbeeld tegelijkteijd over de vraag of iemand een huis koopt of een huis huurt of op straat leeft? Het gaat ook om vragen over welke initiatieven krijgen wel de kans om te starten en welke niet? Zo zijn er nog veel meer vragen te stellen. Ook bij verzekeringsmaatschappijen zijn dit soort vragen aan de orde.

We kunnen het onderscheid, tussen verschillende soorten organisaties, alleen begrijpen, wanneer we fundamentele vragen durven te stellen bij het maatschappijbeeld en bij het mensbeeld dat we in ons denken meedragen. Het zal blijken dat we ons maatschappijbeeld en ons mensbeeld veel verder zullen moeten ontwikkelen dan gebruikelijk. Daarmee kunnen we zicht krijgen op levensgebieden en kwaliteitsverschillen die daarin aanwezig zijn. Dan komen we ook op sociale driegeleding, op biografiekunde en op gemeenschapsvorming.