Banken zijn geen bedrijven

“Als we niet bereid zijn om Goldman Sachs failliet te laten gaan, hoort Goldman Sachs ook geen particulier bedrijf te zijn”, merkte de Britse bankpresident Mervyn King zaterdag tijdens het G20-overleg op. (Volkskrant, maandag 7 september 2009)

Hij heeft gelijk deze Mervyn King, al zal hij wellicht zelf verbaasd staan van zijn eigen opmerking. De huidige kredietcrisis wordt volgens velen veroorzaakt door de bonussen en de graaicultuur in het bankwezen. We kunnen ons natuurlijk vervolgens afvragen waardoor deze bonussen en graaicultuur weer worden veroorzaakt? Dat heeft naar mijn mening alles te maken met het feit dat een bank gezien wordt als een gewoon bedrijf, hetgeen het natuurlijk niet is.

Wanneer je zou stellen dat de belastingdienst een gewoon bedrijf is, dan zou het voor iedereen duidelijk zijn dat dat onzin is. De belastingdienst verdient geen geld en maakt geen winst, maar is een uitvoerend orgaan van de politiek. Hun winst is afhankelijk van de politieke beslissingen die genomen worden. Hun winst is helemaal niet voor hen bestemd, maar voor de uitvoering van politieke programma’s. In de huidige democratie kun je gerust zeggen dat ze de boekhouding van onze democratie ten uitvoer brengen. De belastingdienst is een dienstverlenend instituut in het rechtsleven.

Ik zou voor banken hetzelfde willen zeggen. Banken zijn helemaal geen bedrijven met producten, die winst kunnen maken. Er bestaat daar geen inkoop, verwerking en verkoop. Alle zogenaamde producten en diensten van een bank scheppen rechtsverhoudingen tussen mensen en instellingen. Als je zogenaamd een hypothecaire lening afneemt, dan koop je helemaal niets. Je krijgt een lening ter beschikking onder bepaalde voorwaarden en je moet de kosten betalen die daarmee gemoeid zijn. Wat je koopt kun je ook niet gebruiken in de zin van een product. Je koopt er juist een product mee, zoals een huis.

Om meer begrip voor deze stellingname te krijgen, moet je inzien dat we binnen de maatschappij drie verschillende levensgebieden kunnen onderscheiden.
1. Het economisch leven, waar productie, handel en consumptie thuishoren.
2. Het rechtsleven, waar de politiek, de rechtelijke macht, maar ook de banken thuishoren
3. Het culturele leven, waar de opleidingsinstituten, de kunsten en de kerken hun plaats vinden.

Wanneer dit onderscheid eenmaal gemaakt is, dan is het ook goed in te zien dat in het economisch leven wel echt winst gemaakt kan worden. Daar gaat het om vakmanschap om producten te bewerken en te verhandelen, zodanig dat kwaliteit ontstaat, dat behoeften bevredigd worden en dat efficiƫnt gewerkt kan worden. Het gaat daar om het scheppen van waarden, die behoeften bevredigen. De winst die daarmee wordt gemaakt heeft niets met graaien te maken, maar is het loon van de arbeid.
In het rechtsleven worden de kosten die gemaakt worden gedragen door de mensen die er bij betrokken zijn. Dat wil zeggen dat de zogenaamde winst bestaat uit te veel berekende kosten of te veel geheven belasting. Natuurlijk spelen ook economische items een rol, maar dat is niet de kern van de zaak.
In het culturele leven kan helemaal geen geld verdient worden. Integendeel, dat wordt voornamelijk uit schenkgeld bekostigd. Ook hier kunnen we wel degelijk economische items herkennen, maar de kern van de zaak is toch dat scholing, ontwikkeling, kunst en religie vragen om bekostigd te worden uit schenkgeld.

Vanuit deze gezichtspunten is een bank, net als de overheid een instelling in het rechtsleven. In dat levensgebied is winst maken onzin en we hebben daar mensen nodig die zich voor het geheel willen inzetten en niet het geheel willen beroven. Dat vraagt van hen een zekere ontwikkeling en een zekere moraliteit. Dat kun je niet kopen met bonussen. Dat moet je beoordelen en daarin moet je elkaar stimuleren. Daarvoor is ook een goed functionerend cultureel leven noodzakelijk. Zonder goede opvoeding en scholing kunnen de kwaliteiten niet ontwikkeld worden die mensen nodig hebben om zich dienstbaar te maken binnen de samenleving.

In feite wijzen de bonussen en de graaicultuur op een niet goed functionerend cultureel leven, waarin banken afgeschilderd worden als gewone bedrijven en waarin onzinnige regels geleerd worden, zoals : hoe meer risico, hoe meer rente. Of bijvoorbeeld: hoe hoger je functie is hoe meer je betaald moet krijgen. Of: Wanneer je niet meer aan je financiƫle verplichtingen kunt voldoen, moet dat toch.

De huidige economische crisis is ook een crisis in het culturele leven. Het wordt tijd dat we ons mens en maatschappijbeeld aanpassen op de werkelijkheid. Daarvoor kunnen we veel leren bij de antroposofie en de daarin beschreven sociale driegeleding.