Reacties op de actualiteiten

Griekse schulden zijn op te lossen

De schuldencrisis van Griekenland is makkelijk op te lossen door de Europese bank.

In feite hoeven zij alleen maar met nieuw geld de schulden op te kopen en vervolgens kunnen ze die eenvoudig kwijtschelden. Hun balans blijft daarbij ongewijzigd. Zij zijn de enigen die dat kunnen, omdat het uitgeven van nieuw geld bij de Europese bank is ondergebracht.

Waarom gebeurt dat dan niet, kun je je afvragen. Ik denk dat daar drie belangrijke redenen aan ten grondslag liggen:

  1. Voor de meeste mensen is dit een oplossing die buiten hun bevattings-vermogen ligt. Het gaat om inzicht in geld-waarde en schulden op een niveau waartoe de meeste mensen geen toegang hebben. Toch moeten de bancaire mensen, zoals Mario Draghi, dit doorzien. Hij heeft al ervaring opgedaan met het opkopen van schulden en bewezen dat dit geen inflatie veroorzaakt.
  2. Angst voor precedent werking.
    Ik denk dat dit een reële angst is. Wanneer voor één land de schulden zouden kunnen worden kwijtgescholden, waarom dan niet alle schulden voor alle landen? Op dit moment is het al zo dat begrotingsdiscipline voor de meeste landen en ook voor veel mensen erg moeilijk is. Wanneer je makkelijk van je schulden zou kunnen afkomen, kan het hek van de dam gaan.
  3. Regelgeving die deze oplossing in de weg zit. Dat zal ongetwijfeld het geval zijn. Ik heb daar persoonlijk te weinig kennis van om daar een oordeel over te kunnen vellen. Het lijkt mij echter dat regels moeten kunnen worden aangepast, wanneer problemen op deze schaal moeten worden opgelost.

Blijft dus over de angst voor de precedent werking.

Deze angst moet afgewogen worden tegen de schuldenproblematiek, zoals die over de wereld heerst. Het lijkt mij dat we als mensheid in een nieuwe ontwikkelingsfase terecht gekomen zijn, zoals ook na de afschaffing van de gouddekking en bij de introductie van het internet het geval was. Het oplossen van schulden van mensen en van landen vraagt om een nieuw stelsel van rechten en wetgeving. Het is in feite belachelijk dat de banken daar nog geen begin mee hebben gemaakt. Het moet aan het egoïsme van de bankiers te wijten zijn, dat ze de maatschappelijke en algemeen menselijke problematiek van onopgeloste schulden nog niet tot hun thema hebben gemaakt. Het ouderwetse strafsysteem voldoet voor deze vraagstukken allang niet meer. Ook de kredietcrises van 2008 had een wake-up call kunnen zijn voor de aanpak van schulden. De overheden hadden in kunnen zien dat er iets moet gebeuren.

Er is sindsdien wel een maatschappelijke beweging ontstaan tegen de banken, maar die leggen de schuld meer bij het aangaan van leningen en zoeken geen oplossingen voor onoplosbare schulden. Ook het denken van “eigen schuld, dikke bult”, is volstrekt onvoldoende als tegenwicht tegen de schuldenproblematiek.

Je zou naar de rechter moeten kunnen stappen en aan kunnen tonen dat je met een schuld opgezadeld zit, zonder evenredige schuld daaraan en zonder mogelijkheden om die schuld af te kunnen lossen. Een rechter zou dan moeten kunnen bepalen dat de schuld geheel of gedeeltelijk wordt opgekocht door de Europese bank, met nieuw geld, en dat de schuld dan kwijtgescholden wordt. Dat zou een grote stap zijn in de vermenselijking van de maatschappij.

Basisinkomen is belangrijk als begrip

Wanneer we als maatschappij het geld introduceren als tegenwaarde bij transacties, maken we het leven onmogelijk voor diegenen die niet over voldoende geld kunnen beschikken, om welke redenen dan ook. Volgens mij is het dan een fundamentalistische en materialistische benadering dat daarom iedereen een basisinkomen zou moeten krijgen vanuit de overheid.

Het gaat er volgens mij meer om dat iedereen over een basisinkomen moet kunnen beschikken. Vervolgens is de vraag op welke wijze hij of zij  dat basisinkomen kan verwerven. Mensen die op een bepaald moment in hun leven onvoldoende in staat zijn om in hun basisinkomen te voorzien, moeten daarbij geholpen worden. Dat kan bijvoorbeeld ook zijn doordat dat ze een baan krijgen aangeboden.

Juist de discussie over het basisinkomen kan ons brengen op de noodzaak dat arbeid en inkomen eigenlijk gescheiden beoordeeld moeten worden. De arbeidsvraag: “waar kan ik het beste mijn arbeid inzetten?”, is een economische vraag. Het is een vraag naar de capaciteiten van iemand en de behoeften in zijn omgeving. Het inkomensvraagstuk is een rechtsvraag. Worden de opbrengsten van prestaties eerlijk verdeeld en is het rechtvaardig dat sommige mensen niet kunnen beschikken over een basisinkomen terwijl anderen over idioot veel geld kunnen beschikken?

De vraag naar een basisinkomen is net zo relevant als de vraag naar de juiste prijs. Het antwoord is echter in beide gevallen niet een getal, maar een proces waarlangs oplossingen moeten worden gevonden. Aan de basis van deze zoekprocessen ligt dan de sociale hoofdwet ten grondslag:

Het zal een gemeenschap van mensen beter vergaan, naarmate de enkeling zijn behoefte niet bevredigt uit zijn eigen prestaties, maar uit prestaties van anderen. Dat wil zeggen naarmate hij zelf minder opeist van de resultaten van zijn arbeid en deze meer ter beschikking stelt aan anderen.

Dat beschikbaar stellen aan anderen kan de basis vormen van een basisinkomen voor diegenen die dat niet verkrijgen. Uiteraard moet dan wel met de werkelijkheid gerekend worden. Een gemeenschap die geen prestaties verricht heeft ook niets te verdelen voor een basisinkomen van de leden.

Tegelijk is het belangrijk om te kunnen zien waar extra winsten worden gerealiseerd, zonder dat daar kosten tegenover staan. Dergelijke geldstromen kunnen voor een basisinkomen worden benut. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan rente op leningen, aan huurinkomsten, waar de kosten van het gebouw al zijn voldaan en aan afschrijvingen waar de aktiva al zijn afgeschreven. We moeten als samenleving wegen vinden om dergelijke inkomsten te leiden naar mensen die een basisinkomen missen in plaats van ze op te laten potten door mensen en organisaties die het niet echt nodig hebben.

Tenslotte zal dan blijken dat de economie beter en met minder fluctuaties zal functioneren. Immers zo’n basisinkomen zal altijd in de economie uitgegeven worden. De productie van prestaties voor basisbehoeften zal niet tegen afbraakprijzen hoeven te gebeuren, omdat iedereen basaal kan betalen voor wat hij nodig heeft.

Hogere inkomens zouden geen hogere belasting moeten betalen

Hogere inkomens zouden geen hogere belasting moeten betalen!

Aan de ene kant ben ik het met deze stelling eens. Waarom zou je een hoger inkomen meer belasten? immers hoe hoger het inkomen hoe meer je van waarde bent geweest voor de maatschappij.

Aan de andere kant ben ik het er helemaal mee oneens. Dat komt doordat de meeste hoge inkomens niet uit arbeid worden verworven, maar doordat mensen zichzelf in een situatie  manouvreren waarin je rechten krijgt op een hoog inkomen. Het is dan de vraag of die rechten dan ook samenhangen met waardevorming voor anderen. Ten koste van wat hebben mensen dan een hoog inkomen verworven?

Het is zelfs maar de vraag in hoeverre iemand echt rechten kan verwerven op het geld dat naar hem toestroomt. Heeft bijvoorbeeld een kassiëre recht op het geld wat zij ontvangt? Natuurlijk niet zult u zeggen dat ontvangt zij namens de organisatie en dat geld moet worden herverdeeld onder al diegenen die de totale organisatie mogelijk maken.

In veel gevallen ontvangen mensen de tegenwaarde voor prestaties die zij echt niet alleen hebben geleverd. Het geld dat zij ontvangen moet ook dan natuurlijk weer worden herverdeeld over de maatschappij die hun prestaties mede mogelijk heeft gemaakt. Het lijkt mij dat deze werkelijkheid onvoldoende plek krijgt in de discussie over belasting op inkomen.

Nogmaals basisinkomen, reactie op Frank Kalshoven Volkskrant

Beste Frank,

Meestal kan ik een  aardig eind meekomen met de argumenten die je gebruikt om een bepaald standpunt in te nemen. In dit geval helaas niet.

Wanneer je het basisinkomen versimpeld tot gratis geld voor iedereen, raak ik je eigenlijk al een beetje kwijt.
Het gaat niet om gratis geld voor iedereen, maar om een basisinkomen voor iedereen.

Lees verder Nogmaals basisinkomen, reactie op Frank Kalshoven Volkskrant

Armoede en geld

Armoede ontstaat mede doordat het geld niet goed begrepen wordt

Armoede lijkt een fenomeen te zijn van alle tijden. Toch is dat niet helemaal waar. In kleine gemeenschappen, waar het geld nauwelijks toegang heeft, worden vaak alle mensen in de gemeenschap opgenomen. Ieder doet dan wat in zijn of haar vermogen ligt en alles wordt gezamenlijk gedeeld. Afwezigheid van armoede ka echter ook betekenen de aanwezigheid van slavernij. Dat is natuurlijk geen echte oplossing.

Lees verder Armoede en geld