Oude en nieuwe gemeenschapsvorming

We merken het allemaal op een of andere wijze. Gemeenschapsvorming is niet meer vanzelfsprekend. Velen verlangen een klein beetje of heel veel terug naar hoe het vroeger was. Toen we nog kind waren en geen idee hadden met welke vraagstukken je als volwassen mens nu eenmaal geconfronteerd wordt.

Hoe zag gemeenschapsvorming er toen eigenlijk uit? Als kind in een gezin weet je precies wat je plaats is. Je bent eerste, tweede of derde kind of bijvoorbeeld een nakomertje. Je weet wie je ouders zijn en die maken wel duidelijk wat wel en wat niet mag. Je kent je buren, vrienden en vriendinnen en weet ongeveer wel wat er van je wordt verwacht. Je voert een zekere strijd tegen deze bestande gemeenschap, omdat ze je onvoldoende zien en omdat ze dingen tegenhouden die voor jou nu net heel belangrijk zijn. Je voelt je soms wel alleen, maar tegelijkertijd weet je heel goed dat je onderdeel uitmaakt van een groter geheel.

Met het volwassen worden vindt er een omslag plaats. Je wordt meer aan je lot overgelaten, maar voelt dat dan als vrijheid. Eindelijk kun je je eigen ding doen, de opvoeding is afgelopen. Ondertussen echter ben je zelf veranderd. Je gevoelens spelen op en elke keuze die je gemaakt hebt roept zo zijn eigen gevolgen op. Die gevolgen zijn rijker geschakeerd dan je had gedacht en vooral negatieve gevolgen heb je natuurlijk niet gewild. De omgeving houdt zich gewoon niet aan jouw uitgangspunten en staat daarmee jouw vrijheid toch in de weg.

Dan maar kiezen voor een andere omgeving met nieuwe mensen en nieuwe mogelijkheden. Opnieuw een gevoel van bevrijding, van kansen. Maar opnieuw blijken de gevolgen van de keuzes die je maakt breder en verderstrekkend dan je had gedacht. Waar je ook gaat, je neemt altijd jezelf mee. Niet alleen heb jij soms problemen met wat anderen doen, maar anderen hebben er soms ook problemen mee wat jij doet. Dat vraagstuk leidt tot onderzoek. Ben ik nu zo slim of zijn anderen nu zo dom, zou Louis van Gaal zeggen.

En zo komen we terecht in de wereld van de voorkeuren en opvattingen. Ieder mens heeft zo zijn voorkeuren en opvattingen. Soms vanuit opvoeding, soms vanuit eigen wilsimpulsen. Die voorkeuren en opvattingen kunnen makkelijk met elkaar in botsing komen. Vanuit die botsingen ontstaat een innerlijke zoektocht. Wat is waarheid en wat snijdt hout? Wat zijn vooroordelen en wat is eigen ervaring? Waar heb je gelijk en waar heb je het wellicht mis? Met wie kun je samen door één deur en met wie echt niet? Wie staat er open voor een goed gesprek en wie niet?

Met deze vragen begint dan een zoeken naar nieuwe gemeenschapsvorming. In de eerste plaats is dat dan een zoeken naar gelijkgestemde zielen. Gemeenschapsvorming met gelijkgestemde zielen lijk gemakkelijk. Vooral als je uitgaat van je eigen voorkeuren. Samen lekker voetballen of samen op reis naar Italië. Maar ja mensen zijn nu eenmaal toch verschillend, dus veel van dat aanvankelijk zo leuke samen komt op den duur toch terecht in onvrede en teleurstellingen. In deze onvrede en teleurstellingen kun je je hele verdere leven blijven hangen. Er valt altijd wel iets te klagen. Je wordt altijd wel door iemand niet begrepen en afspraken worden niet nagekomen. Verbittering ligt dan op de loer.

Dan ontstaat de innerlijke drijfkracht aar nieuwe gemeenschapsvorming. Nieuwe gemeenschapsvorming is eigenlijk de polariteit van de oude gemeenschapsvorming. Bij oude gemeenschapsvorming voel je je als mens in een gemeenschap geplaatst, zonder dat je daar bewust voor hebt gekozen. Bij nieuwe gemeenschapsvorming kies je bewust om deel te worden van die gemeenschap.

Bij oude gemeenschapsvorming bestaan alle regels en wetten al. Ze zijn opgesteld zonder jouw toedoen. Bij nieuwe gemeenschapsvorming bestaan er eigenlijk nog geen regels of afspraken. Alles moet nog geregeld worden en daarbij heb je zelf inbreng.

Bij oude gemeenschapsvorming moet je zelf ruimte bevechten voor je eigenheid en voor je persoonlijke initiatieven. Bij nieuwe gemeenschapsvorming verwacht je dat er ruimte is voor jou met je persoonlijke initiatieven. Je kiest juist om deel te nemen vanwege de verwachting dat dit zo zal zijn.

Oude gemeenschapsvorming rust op hetzelfde. Bijvoorbeeld dezelfde bloedband bij een gezin of dezelfde hobby’s of interesses. Nieuwe gemeenschapsvorming rust op verschillen. Je hebt verschillende mensen met verschillende capaciteiten en kwaliteiten nodig om samen iets tot stand te kunnen brengen.

Oude gemeenschappen verwachten meegaandheid. Het bestuur, de leiding of de macht weet wat er moet gebeuren en de leden moeten volgen. Nieuwe gemeenschappen verwachten initiatiefkracht. Leiding geven wil daar zeggen: initiatiefkracht van de leden ondersteunen. Zonder initiatiefkracht kan een nieuwe gemeenschap niet blijven bestaan.

Je zou dus kunnen zeggen dat oude gemeenschappen bestaan bij de gratie van volgzaamheid en dat nieuwe gemeenschappen bestaan bij de gratie van initiatiefkracht.

Door deze polariteit tussen oude en nieuwe gemeenschappen worden veel problemen bij gemeenschapsvorming verklaarbaar.

Bij deelname aan oude gemeenschappen hoort eigenlijk het bewustzijn van mensen waarbij het “persoonlijke ik” nog niet zo krachtig aanwezig is. Zij moeten zich voegen in het “groeps ik” van die gemeenschap. Daarbij hoort dat ze persoonlijk geen toegang hebben tot dat “groeps ik” en daarom gehoorzaam en trouw moeten zijn aan de leider(s) van die gemeenschap. Een eigen mening, ongehoorzaamheid en initiatieven worden daarbij niet op prijs gesteld en zelfs afgestraft. Voor de eigen persoonlijke ontwikkeling is echter juist strijd en ongehoorzaamheid noodzakelijk.

Bij deelname aan nieuwe gemeenschappen verkeren deze zaken ineens in hun tegendeel. Daarbij hoort een bewustzijn van mensen, di juist wel een krachtig “persoonlijk ik” hebben ontwikkeld. Zij moeten juist zelf een verhouding zoeken tot het “groeps ik” van die gemeenschap. Daarbij zijn eigen inzichten noodzakelijk en initiatieven op basis van die inzichten onontbeerlijk. Het gaat dan om noodzakelijke verdere persoonlijke ontwikkeling en van daar uit dienstbaarheid aan de gemeenschap.