Voeding vanuit de antroposofie

Voeding vanuit de antroposofie
Jan J.C. Saal

Voor een workshop op de winterconferentie in 2008 heb ik me opnieuw verdiept in hetgeen Rudolf Steiner over voeding heeft gezegd. Hij heeft daar meerdere lezingen over gehouden, die bijeengebracht zijn in het boek: Voeding en bewustzijn, dat in 1980 door Vrij Geestesleven is uitgegeven.

Wanneer je lezingen van Rudolf Steiner meerdere keren leest, kun je steeds opnieuw tot verrassende ontdekkingen komen. Een aantal dingen herken je natuurlijk wel maar vaak vraag je jezelf af of bepaalde dingen er de vorige keer ook ingestaan hebben. Ze lijken dan volkomen nieuw. Zo verging het me nu ook met de beschrijving van vier voedingsmiddelen.

Rudolf Steiner beschrijft vier voedingsmiddelen die heel belangrijk zijn en hun werking in het lichaam. Dan is het wel nodig om het menselijk lichaam te kunnen zien als een door elkaar heen werken van vier verschillende lichamen. Hieronder zal ik die verschillende lichamen kort karakteriseren. Voor een beter begrip en inzicht is tijd nodig en is het nodig dat die begrippen vaak en op verschillende manieren worden benaderd. De onderstaande karakterisering heeft dan ook niet de pretentie om compleet te zijn.
1. Het fysieke lichaam
Dit lichaam bestaat eigenlijk uit maat, vorm en structuur. Het is algemeen menselijk van aard, maar tegelijkertijd heel persoonlijk. De structuur wordt gevuld met materie, waardoor deze in de aardse realiteit waarneembaar wordt en ook in kan grijpen. Dit fysieke lichaam hebben we gemeen met de aarde zelf, maar ook met de planten en dieren. Mineralen hebben uitsluitend een fysiek lichaam en missen de volgende drie.
2. Het etherlichaam
Dit lichaam wordt ook wel het levenslichaam genoemd. Dat komt doordat dit tweede lichaam het fysieke lichaam tot leven brengt. De materie is daardoor niet meer star en doods, maar wordt door het levenslichaam in een levende stroming en beweging gebracht en gehouden. Het etherlichaam is een spiegeling van het geestelijke van het heelal in een levend wezen. Planten zijn opgebouwd uit een fysiek lichaam plus een etherlichaam, zodat we juist aan de planten kunnen waarnemen dat groei en bloei door het etherlichaam worden veroorzaakt. Het etherlichaam is verantwoordelijk voor de opbouw en het gezond blijven van een levend lichaam.
3. Het astrale lichaam
Dit lichaam heeft de mens met de dieren gemeen. Het is een complex lichaam, dat geestelijk van aard is. Met behulp van dit lichaam ontstaat de mogelijkheid van een zelfstandig lichaam, dat in staat is tot waarnemen en waarin innerlijke roerselen mogelijk zijn, zoals bijvoorbeeld driften. Dit kunnen we goed waarnemen, wanneer we dieren vergelijken met planten. Omdat bij de dieren het astraallichaam toegevoegd wordt aan hetgeen de planten al hadden, ontstaan de grote verschillen tussen die twee soorten. Het astrale lichaam ontstaat niet uit krachten in het hier en nu, niet uit krachten in de kosmos, maar straalt door vanuit het voorgeboortelijke naar het heden. Het is daarmee ook een fenomeen in de tijd. Het is ook belangrijk om te weten dat het astrale lichaam zijn krachten put uit hetgeen het etherische lichaam heeft opgebouwd, zoals in de natuur dieren van planten leven. Het astrale lichaam breekt dus af en bouwt niet op, in tegenstelling tot het ethherlichaam.
4. Het ik lichaam
Op aarde is alleen de mens in het bezit van zo’n “ik lichaam”, dat nog geestelijker van aard is. Het ik lichaam uit zich in het bewustzijn van een mens. Dat bewustzijn is geen statisch iets, maar ontwikkelt zich van geboorte tot dood en ook verder nog via karma en re├»ncarnatie. Dat wil zeggen dat ons huidige persoonlijke bewustzijn het gevolg is van talloze ontwikkelingen die we meegemaakt hebben in dit leven maar ook in vorige levens. In de huidige tijd, de “bewustzijnszieletijd”, komt dat langzaam maar zeker tot ons bewustzijn. Voor de toekomst zal ons bewustzijn een steeds grotere rol gaan spelen in ons leven en in de wereld. Dit “ik lichaam stuurt” en verwerkt hetgeen de andere drie lichamen bewerkstelligen.

Wanneer we met deze kennis gewapend de verschillen onderzoeken tussen een wakkere mens en een slapende mens, dan valt op dat bij een slapende mens de waarneming en de sturing wegvallen. Daarmee wordt zichtbaar dat bij een slapende mens het astrale lichaam en het ik zich buiten het lichaam bevinden en dat deze bij een wakkere mens in het lichaam aanwezig zijn. Dit is een eenvoudige geestelijke waarneming, die iedere mens kan doen.

Relatie voedingstoffen-wezensdelen
De verschillende hoofd-voedingsstoffen die een mens nodig heeft, hebben allen een bepaalde relatie tot de ze vier lichamen, de vier wezensdelen van de mens.

De suikers
Het fysieke lichaam wordt eigenlijk gevormd uit de koolstof die tevoorschijn komt uit de koolhydraten die we eten. Dat gaat dus over zetmeel en suiker. Zoals wellicht bekend is, worden suikers vrijwel onveranderd door ons lichaam opgenomen. Zetmeel wordt in ons spijsverteringstelsel, vooral door speeksel, omgezet in suikers. Die suikers worden binnen ons lichaam uiteindelijk totaal afgebroken. De koolstof die daarbij vrijkomt wordt door ons “ik lichaam” gebruikt om ons fysieke lichaam als structuur op te bouwen. Omdat we niets hebben aan een starre, fysieke structuur, wordt die structuur doorlopend afgebroken met behulp van zuurstof en weer opnieuw opgebouwd door het “ik lichaam”. Het levende lichaam als geheel wordt dus voortdurend opgebouwd en afgebroken en verkeert daarmee steeds opnieuw tussen verstarring en verweking. Dit evenwicht tussen verstarring en verweking wordt op een prachtige manier zichtbaar gemaakt door de hartslag. Het hart bevindt zich voortdurend tussen systole en diastole, tussen verstijving en verweking. Het “ik lichaam” is echter zo geestelijk van aard, dat zij geen directe toegang heeft tot de koolstof die in de suikers als koolhydraat aanwezig is. Daarom moeten de suikers eerst door het etherlichaam en het astraallichaam bewerkt worden. Het etherlichaam heeft de neiging tot opbouwen, tot groei. Het astrale lichaam heeft de neiging tot afbreken, tot begrenzen.

De eiwitten
De eiwitten dienen als voedingsmiddel voor het etherlichaam, zodat zij de krachten kan ontvangen, om haar opbouwende werk te kunnen uitoefenen. Om dat te kunnen begrijpen, moeten we de werking van eiwitten kunnen doorzien. Rudolf Steiner heeft vaak aangegeven dat de werking van eiwitten er op rust, dat ze in chaos kunnen overgaan. Juist als deze zeer gestructureerde structuren in chaos overgaan, kan vanuit de kosmos een geestelijke kracht binnentreden. Dat zien we bijvoorbeeld ook bij plantenzaden. Wanneer een zaadje begint met kiemen, vervalt een specifiek eiwit in de kern van het zaadje tot chaos, waardoor de vormkrachten van een bepaalde plant toegang krijgen tot dat zaadje en het levensproces van een nieuwe plant een aanvang neemt. In deze beschrijving wordt duidelijk dat eiwitten een soort ventielen zijn naar kosmische krachten naar levenskrachten.
Dat is nu precies wat het etherlichaam nodig heeft, om de kosmische levenskrachten te ontvangen en ze binnen te voeren in een levend organisme.

De vetten
De vetten dienen als voedingsmiddel voor het astrale lichaam. Om daar iets van te kunnen begrijpen, moeten we stilstaan bij het feit dat de werking van het astraallichaam rust op afbraak. Het astrale lichaam moet steeds afbreken, wat het etherlichaam heeft opgebouwd. Het etherlichaam voert die vetten naar plekken waar het astraallichaam werkzaam is en daar worden deze vetten dan afgebroken. Die afbraakproducten worden door het “ik lichaam” dan omgezet in spiermassa en orgaanmassa. Wanneer suikers door het astrale lichaam worden afgebroken, worden deze door het ik lichaam omgezet in tanden, botten, pezen e.d.

Je zou kunnen zeggen dat met deze drie voedingsmiddelen een mens al helemaal opgebouwd kan worden en ook kan leven. Alle vier de wezensdelen zijn actief en het organisme bestaat. We hebben alleen nog geen voedingsmiddel gekoppeld aan juist het vierde element, namelijk het bewustzijn van de mens. Voor dit bewustzijn is nog een vierde voedingsmiddel noodzakelijk en dat zijn de zouten.

De zouten
Om de werking van de zouten te kunnen begrijpen, moeten we nog een keer terug naar de vier wezensdelen:
1. Het fysieke lichaam
Dit lichaam is juist waarneembaar in het vaste. In de vaste stof krijgt het fysieke vorm. Deze vorm is te begrijpen, vanuit de innerlijke krachten die in het fysieke werken.
2. Het etherlichaam
Het etherlichaam is meer geestelijk van aard, en dus minder eenvoudig waarneembaar. Wanneer we weten dat de etherkrachten in het vloeibare aangrijpen, dan kunnen we door de bestudering van het vloeibare de werking van het etherlichaam waarnemen. Vandaar dat in onze spijsvertering het vloeibare overheerst, maar ook dat ons bloed vloeibaar is.
3. Het astrale lichaam
Het astrale lichaam is nog meer geestelijk van aard dan het etherlichaam. De astrale krachten grijpen aan op het luchtige. Dan komen we op de bestudering van de luchtprocessen in ons lichaam om het astrale te kunnen vinden, dus op de ademhaling en daarmee bijvoorbeeld op de werking van zuurstof. Maar ook op de fijnere ademhaling in de werking van het zenuw-zintuigstelsel.
4. Het ik lichaam
Het ik lichaam tenslotte grijpt in op de warmtehuishouding in ons lichaam. Om daar begrip voor te krijgen, moeten we af van een vage voorstelling van de warmte. Zoals we bij een vuurtje kunnen waarnemen, zijn er hele fijne gebieden waar te nemen met verschillende uitstraling, dus met verschillende temperaturen. Dat is ook zo binnen een levend lichaam. Daar bestaat een eindeloze gevarieerdheid in warmte, door de werking van het ik lichaam.

Een zout is een chemische verbinding die bestaat uit positieve en negatieve ionen. De positieve ionen worden vrijwel altijd gevormd door metalen. De negatieve ionen kunnen uit tal van materialen en combinaties daarvan bestaan. Bij organische zouten bevatten de negatieve ionen koolstof, waterstof en/of zuurstofverbindingen. Zouten zijn meestal goed oplosbaar in water. Bij verhoging van de concentratie, door indampen bijvoorbeeld, beginnen de zouten te kristalliseren. Bij verlaging van de concentratie kunnen ze verder oplossen. Bij oplossen moet warmte worden toegevoerd. Bij kristalliseren komt warmte vrij.

We zien dat ons bewustzijn aangrijpt via de warmteprocessen in ons lichaam. In dat gebied kunnen we dan ook de voedende werking van zouten een plaats geven. Rudolf Steiner beschrijft hoe in waarnemen en denken in de hersenen steeds weer zoutkristalletjes worden gevormd en opgelost. Door de warmte die nodig is voor het oplossen en die vrij komt bij het kristalliseren is ons bewustzijn in staat om zich te verbinden met zenuw-zintuigwerkingen.

Juist de zoutwerkingen in ons lichaam maken het bewustzijn van mensen in hun lichaam mogelijk. Het gaat dan niet om grove processen, met grote kristallen, maar om hele fijne processen. Het gaat ook om hele specifieke zouten en om zouten die uit het leven voortkomen, zodat de geest er ook wat mee kan.

Aangezien de toekomst van de mens besloten ligt in de verdere ontwikkeling van het bewustzijn, zal deze ontwikkeling ook afhangen van de aard en de complexiteit van de zouten in de voeding. Op zich heb ik daar te weinig verstand van, maar ik kan me goed voorstellen dat juist de bd-landbouw tot gevolg heeft dat dergelijke zouten in de voeding beschikbaar blijven en wellicht nog komen. Bd-voeding als noodzakelijke basisvoorwaarde voor de verdere bewustzijnsontwikkeling van de mensheid.