Nuances basisinkomen

Inderdaad ijver ik voor een basisinkomen, maar vooral voor de discussie daar over. Dat komt omdat ik niet akkoord kan gaan met het feit dat vrij willekeurig mensen in de armoede terecht kunnen komen, omdat op een bepaald moment toevallig geen geschikt werk voor hen beschikbaar is. Gezien het feit dat onze maatschappij zo geordend is dat alle basisbehoeften alleen met geld vervult kunnen worden, vind ik dat mensen dan ook recht op een basisinkomen zouden moeten hebben.

Tot zover lijk ik het eens te zijn met de voorstanders van een basisinkomen. Ik vind echter dat we bij iedere mens moeten onderzoeken of er wel of niet een basisinkomen aanwezig is. Zo niet, dan moeten we onderzoeken hoe dat komt en wat er aan te doen kan zijn. Dat wil dus niet zeggen dat iedereen gewoon een bedrag uitgekeerd krijgt, zonder er verder naar om te kijken. Het zou kunnen zijn dat we iemand aan werk kunnen helpen of iemand anders helpen om de ruzie met zijn ouders op te lossen. Maar voor veel mensen zal inderdaad aan de orde zijn dat ze een uitkering nodig blijken hebben.

Je zou kunnen zeggen dat ze die nu ook al kunnen krijgen. Dan blijkt echter dat zo’n uitkering voorwaarden en voorschriften kent, die het bestaan van iemand met een uitkering ernstig aantasten in vrijheid en menswaardigheid. Men wordt gedwongen om zinloze dingen te doen en zinvolle dingen zijn vaak verboden. Dat geldt zeker voor mensen van 55+ die hun werk zijn kwijtgeraakt. Waarom niet voor die mensen eenzelfde soort regeling als de mensen die met AOW zijn? Die worden toch ook niet met allerlei regelingen en voorwaarden lastig gevallen. Vandaar mijn ondersteuning voor de petitie van Radar.

Ik ben dus geen voorstander van het ongenuanceerd aan iedereen een basisinkomen uitkeren. Naar mijn mening gaat het in het sociale juist om oordeelsvorming en acties afhankelijk van de situatie. Daarin vindt ik niet alleen tegenstanders bij de ambtenarij, die een wet willen kunnen toepassen zonder aanziens des persoons, maar ook bij de mensen die voor of tegenstander zijn van het basisinkomen. Want die lijken een ding gemeenschappelijk te denken n.l.: Wetgeving moet voor iedereen gelden, zonder aanziens des persoons. Dat vind ik dus onzin. Wetgeving wordt gemaakt voor groepen mensen met gemeenschappelijke vraagstukken. Niets hoeft ons te belemmeren om ons oordeelsvermogen in te zetten en maatwerk te leveren. Het enige wat ons daarvan afhoudt is gebrek aan inzicht en gebrek aan medemenselijkheid.

In de huidige discussies wordt meestal niet het sociale vraagstuk centraal gesteld, maar worden uitzonderingen gebruikt om het ongelijk van de ander aan te tonen bij een gekozen oplossing. Daarbij wordt het eigen gelijk meestal onderbouwd door het ongelijk van de ander. Wanneer je dieper op de zaak ingaat kom je op talloze andere zaken terecht, die echter een helder denken nodig hebben om te kunnen begrijpen, zoals bijvoorbeeld de sociale hoofdwet van Rudolf Steiner.

Het zal een gemeenschap van mensen beter vergaan, naarmate de prestaties van de een de behoeften van een ander vervullen, dat wil zeggen, naarmate iedere mens minder van zijn eigen prestaties opeist en meer aan anderen beschikbaar stelt.

Of ook de waardevormende beweging en de waardevormende spanning. Dit zijn basis begrippen die horen bij het fundamenteel denken over economie.
Wanneer je de moeite niet wilt nemen om dit soort dingen te doorgronden, is het naar mijn mening niet mogelijk om tot werkbare oplossingen te komen wat betreft sociaal economische vraagstukken.

Geef een reactie